logo
logowebsite

Normeringsterm


Extra informatie

De N-term of normeringsterm is een variabele die in Nederland gebruikt wordt bij het berekenen van het cijfer bij centrale eindexamens in het middelbaar onderwijs. De Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven (CEVO) ontwikkelde in 1998 een methode voor de normering waarin deze N-term van belang is. Deze methode kan voor alle vakken gebruikt worden.

Een examen dat makkelijk blijkt te zijn, krijgt in de normering een lage N-term (kleiner dan 1,0), bijvoorbeeld 0,5 of minimaal 0,0. Als een examen als moeilijk wordt beoordeeld, dan stelt het College voor Examens een hoge N-term (groter dan 1,0) vast, tot 'in principe' maximaal 2,0 . De N-term wordt berekend door alle cijfers die behaald zijn bij het desbetreffende vak te delen door het aantal leerlingen dat heeft deel genomen aan het vak. Als dit cijfer lager is dan verwacht, dan wordt de N-term omhoog aangepast. Het tegenovergestelde geldt als het cijfer hoger is dan verwacht. Bij het tweede tijdvak geldt in het algemeen minimaal dezelfde N-term als bij het eerste tijdvak.

Uitgangspunten:

  • Elk gescoord punt draagt altijd bij tot een hoger examencijfer;
  • Een score van 0% geeft altijd cijfer 1.0;
  • Een score van 100% geeft altijd cijfer 10.0;
  • Over een zo breed mogelijk centraal interval van de scoreschaal is er sprake van een evenredige stijging van score- en cijferpunten welke onafhankelijk is van de normering.

Er wordt, naast de standaard formule, gebruik gemaakt van vier grenswaarden, zodat de maximale score altijd 10 is en de minimale score altijd 1.0. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende grenswaarden:

S = Score/behaalde punten
L = Lengte van scoringschaal/te behalen punten
N = Normeringsterm (vaak variërend tussen 0.0 en 2.0)

Standaard: Cijfer = 9 * S * (S / L ) + N
Grenswaarde 1: Cijfer = 1 + S * (9 / L ) * 2
Grenswaarde 2: Cijfer = 1 + S * (9 / L ) * 0.5
Grenswaarde 3: Cijfer = 10 - ( L - S ) * (9 / L ) * 2
Grenswaarde 4: Cijfer = 10 - ( L - S ) * (9 / L ) * 0.5

Bij een normeringsterm groter dan 1 geldt de laagste score van:

  • De standaard formule
  • Grenswaarde 1
  • Grenswaarde 4
Bij een normeringsterm kleiner dan 1 geldt de hoogste score van:
  • De standaard formule
  • Grenswaarde 2
  • Grenswaarde 3

Afbeelding Normeringsterm of Nterm
Deel deze pagina